Nederlands 1 B @Home

Officiële benaming: Aanvullende algemene vorming - AAV Nederlands B1 (ODB-Y00376-013)

In deze module werk je zowel aan mondelinge (luisteren en spreken) als aan schriftelijke taken (lezen en schrijven). Je leert correct spreken voor een klein publiek (klasgroep, kleinere groepjes), lees- en luisterteksten begrijpen en een goed gestructureerde en samenhangende tekst schrijven. Dit leer je gaandeweg waarbij de leraar jou eerst helpt om een structuur op te bouwen zodat je daarna je eigen eindproduct kan vormen. 

De cursist kan:

  • Op structurerend niveau luisteren naar helder gebrachte uiteenzettingen over een voor hem bestemd leerstofonderdeel;
  • Strategieën:
    • zich oriënteren op aspecten van de luistertaak: doel, teksttype en eigen kennis;
    • zijn manier van luisteren afstemmen op het luisterdoel;
    • tijdens het luisteren zijn aandacht behouden voor het bereiken van het doel, waaronder:
      • hypothesen vormen of bijstellen over de inhoud en de bedoeling van de tekst;
      • zich blijven concentreren ondanks het feit dat hij niet alles begrijpt;
      • zeggen dat ze iets niet begrijpen en vragen wat iets betekent;
      • gebruikmaken van ondersteunende gegevens (talige en niet-talige) binnen en buiten de tekst;
      • vragen om langzamer te spreken, iets te herhalen;
      • de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
      • de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden en uitdrukkingen afleiden uit de context;
      • relevante informatie in kernwoorden noteren;
    • het resultaat beoordelen in het licht van het luisterdoel;
    • het resultaat bijstellen.
  • Op structurerend niveau helder geschreven formulieren, administratieve teksten en instructies lezen;
  • Strategieën:
    • zich oriënteren op aspecten van de leestaak: doel, teksttype en eigen kennis;
    • zijn manier van lezen afstemmen op het leesdoel;
    • tijdens het lezen zijn aandacht behouden voor het bereiken van het doel, waaronder:
      • hypothesen vormen of bijstellen over de inhoud en de bedoeling van de tekst;
      • zich blijven concentreren ondanks het feit dat hij niet alles begrijpt;
      • onduidelijke passages herlezen;
      • gebruikmaken van ondersteunende gegevens (talige en niet-talige) binnen en buiten de tekst;
      • digitale en niet-digitale hulpbronnen en gegevensbestanden raadplegen;
      • de vermoedelijke betekenis van transparante woorden afleiden;
      • de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden en uitdrukkingen afleiden uit de context;
      • relevante informatie aanduiden.
    • het resultaat beoordelen in het licht van het leesdoel;
    • het resultaat bijstellen.
  • Op structurerend niveau instructies geven;
  • Op structurerend niveau een verhaal vertellen;
  • Op structurerend niveau verslag uitbrengen van een gebeurtenis;
  • Strategieën:
    • zich oriënteren op aspecten van de spreektaak: doel, teksttype, eigen kennis en luisteraar;
    • zijn manier van spreken afstemmen op het spreekdoel en de luisteraar;
    • tijdens het lezen zijn aandacht behouden voor het bereiken van het doel, waaronder:
      • zich blijven concentreren ondanks het feit dat hij niet alles even goed kan uitdrukken;
      • een spreekplan opstellen;
      • gebruik maken van non-verbaal gedrag;
      • gebruik maken van ondersteunend visueel en auditief materiaal;
      • ondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen;
      • digitale en niet-digitale hulpbronnen en gegevensbestanden raadplegen en rekening houden met de consequenties ervan;
      • bij een gemeenschappelijke spreektaak talige afspraken maken, elkaars inbreng in de tekst benutten, evalueren, corrigeren en redigeren;
    • het resultaat beoordelen in het licht van het leesdoel;
    • het resultaat bijstellen.
  • Op structurerend niveau vragen stellen en beantwoorden over een voor hem bestemd leerstofonderdeel;
  • Strategieën:
    • zich oriënteren op aspecten van de mondelinge interactietaak: doel, teksttype, eigen kennis en gesprekspartner;
    • zijn manier van communiceren afstemmen op het doel en de gesprekspartner;
    • tijdens de interactie zijn aandacht behouden voor het bereiken van het doel, waaronder:
      • hypothesen vormen of bijstellen over de inhoud en de bedoeling van de gesprekspartner;
      • zich blijven concentreren ondanks het feit dat hij niet alles begrijpt of goed kan uitdrukken;
      • gebruik maken van non-verbaal gedrag;
      • ondanks moeilijkheden via omschrijvingen de correcte boodschap overbrengen;
      • vragen om langzamer te spreken, iets te herhalen;
      • zelf iets in eenvoudige taal herformuleren om wederzijds begrip na te gaan;
      • eenvoudige technieken toepassen om een gesprek te beginnen, gaande te houden en af te sluiten;
    • het resultaat beoordelen in het licht van het eigen doel en het doel van de gesprekspartner;
    • het resultaat bijstellen.
  • Op structurerend niveau schema’s maken van gelezen en beluisterde informatie over een voor hen bestemd leerstofonderdeel;
  • Op structurerend niveau instructies geven;
  • Op structurerend niveau een samenvatting maken;
  • Strategieën:
    • zich oriënteren op aspecten van de schrijftaak: doel, teksttype, eigen kennis en lezer;
    • zijn manier van schrijven afstemmen op het schrijfdoel en de lezer;
    • tijdens het schrijven zijn aandacht behouden voor het bereiken van het doel, waaronder:
      • zich blijven concentreren ondanks het feit dat hij niet alles kan uitdrukken;
      • een schrijfplan opstellen;
      • van een model gebruik maken;
      • digitale en niet-digitale hulpbronnen en gegevensbestanden raadplegen en rekening houden met de consequenties ervan;
      • een passende lay-out gebruiken;
      • de eigen tekst nakijken;
      • bij een gemeenschappelijke schrijftaak talige afspraken maken, elkaars inbreng in de tekst benutten, evalueren, corrigeren en redigeren;
      • met de belangrijkste conventies van geschreven taal rekening houden;
    • het resultaat beoordelen in het licht van het schrijfdoel;
    • het resultaat bijstellen.
  • Taalgebruik: Met het oog op doeltreffende communicatie kan de cursist in een ruim gamma van voor hem relevante taalgebruikssituaties bewust reflecteren op de belangrijkste factoren van een communicatiesituatie: zender, ontvanger, boodschap, bedoeling, effect, situatie, kanaal. Hij kan daarbij de volgende verschijnselen herkennen en onderzoeken:
    • Standaardnederlands en andere standaardtalen;
    • nationale, regionale, sociale en situationele taalvariëteiten;
    • in onze samenleving voorkomende talen;
    • normen, houdingen, vooroordelen en rolgedrag via taal;
    • taalhandelingen, zoals beweren, meedelen, beloven, om informatie vragen, verzoeken, dreigen, waarschuwen, groeten, bedanken;
    • taalgedragsconventies;
    • de gevolgen van zijn taalgedrag voor anderen en hemzelf;
    • talige aspecten van cultuuruitingen in onze samenleving.
  • Met het oog op doeltreffende communicatie kan de cursist op zijn niveau in allerlei taalgebruikssituaties bewust reflecteren op een aantal aspecten van het taalgebruik. Hij kan de volgende verschijnselen herkennen en onderzoeken:
    • verbanden tussen tekstdelen: alinea-zin, inleiding-midden-slot;
    • structuuraanduiders: verbindingswoorden, signaalwoorden, verwijswoorden;
    • betekenisrelaties: middel-doel, chronologische relatie, oorzaak-gevolg, voordelen-nadelen, voor-tegen;
    • status van een uitspraak: feit-mening.
  • Taalsysteem: Met het oog op doeltreffende communicatie kan de cursist op zijn niveau in voor hem relevante taalgebruikssituaties bewust reflecteren op een aantal aspecten van het taalsysteem met betrekking tot:
    • klanken, woorden, zinnen, teksten;
    • spellingvormen;
    • betekenissen.
  • Strategieën: De cursis kan op zijn niveau bewust reflecteren op luister-, spreek-, interactie-, lees- en schrijfstrategieën.
  • Begrippen en termen: De cursist kan bij alle eindtermen Nederlands de bijbehorende taalbeschouwelijke begrippen en termen gebruiken.

Om de opleiding te volgen moet je:

  • 18 jaar zijn. Indien je inschrijft voor modules die starten tussen 1 september en 31 december, dan moet je 18 worden ten laatste op 31 december van hetzelfde kalenderjaar
  • het afdelingsgebonden cursusmateriaal betaald hebben
  • een rijksregisternummer hebben of een bewijs van wettig verblijf kunnen voorleggen.

€ 4  exclusief eventuele benodigdheden tijdens de les

De prijs is samengesteld uit:

  • Opleidingsbenodigdheden: € 4 (Exclusief cursusmateriaal en/of digitaal materiaal en/of grondstoffen, ...)
  • Eventuele benodigdheden gebruikt tijdens de lessen: deze kosten moet je niet meteen betalen bij je inschrijving maar later bij de start van de lessen of online via mijn hik.

Aantal lestijden: 80 (inclusief evaluatie en deliberatie)

Heb ik recht op een korting of een premie?

Lesuren & locaties

Nederlands 1 B @Home

06 september 2021 - 20 januari 2022

Geen vast moment
100% online
€ 4
incl. kosten
Je hebt vaste lesmomenten thuis.
Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Instapaper